De kunst is om zo weinig mogelijk water te geven! Hoe meer water je geeft, hoe groter de behoefte van je planten aan water wordt.
Door juist weinig water te geven, stimuleer je de wortels om dieper te wortelen. Planten met diepe wortels zijn veel beter bestand tegen droogteperiodes.
Dit principe geldt voor de moestuin in volle grond en in de kas.
Voor moestuinbakken en potten ligt het verhaal echter net iets anders. De diepte van de bak of pot bepaalt namelijk hoeveel water er gebufferd kan worden.
Daarnaast drogen potten en bakken die in volle zon of in de wind staan, sneller uit. Ze vragen daardoor meer water dan planten in de volle grond.
Wanneer water geven in je moestuin?

Er bestaan verschillende methoden, maar hier leg ik uit welke ik zelf gebruik.
Zo doe ik het:
✔ Bij het uitplanten van moestuinplanten geef ik éénmaal water en daarna niet meer, zodat de wortels diep in de grond kunnen trekken.
Ik mulch de bodem meteen na het aanplanten.
Je kan er ook voor kiezen om de kluiten van de moestuinplanten zich eerst vol water te laten zuigen en ze vervolgens uit te planten. Dan hoef je ze geen water meer te geven na het planten. Dit is vooral interessant als je bij je moestuin weinig water beschikbaar hebt.
✔ In de lente en vroege zomer grijp ik in volle grond niet in en wacht ik zo lang mogelijk op regen. Hierdoor krijgen de moestuinplanten de kans om diep te wortelen.
Als je eenmaal begint te gieten, moet je het op regelmatige basis blijven doen.
✔ Ik geef niet in de volle zon water, omdat het water dan te snel verdampt. Het is niet zo dat de bladeren hiervan verbranden, maar de planten hebben dan weinig profijt van de watergift.
Het beste tijdstip om water te geven is ’s morgens of ’s avonds, met een voorkeur voor ’s morgens. Dat is echter niet voor iedereen haalbaar.
✔ Heb je last van slakken? Dan is de beste periode om te gieten ’s morgens, omdat slakken ’s nachts op stap gaan en het fijn vinden als je juist gegoten hebt.
✔ In een kas giet ik de eerste drie maanden (maart-mei) niet, behalve bij het aanplanten.
Wel beregen ik de kas volledig begin-half februari, zodat de grond tot op een diepte van 30 cm nat wordt.
Ik doe dit verspreid over meerdere dagen, met enkele dagen rust ertussen, zodat het water goed kan doordringen in de bodem en zo weinig mogelijk afvloeit. Daarna laat ik de grond minimaal twee weken rusten. Zo bouw ik een grote waterbuffer op voor het voorjaar.
✔ In de zomer en bij hittegolven kan je de kas ook ’s avonds begieten. Belangrijk is wel dat je de ramen ook ’s nachts open laat staan, zodat het vocht weg kan.
✔ Voor wie enkel een kruidentuin heeft: Kruiden zijn meestal Zuiderse planten en hebben weinig waterbehoefte.
Ik geef alleen basilicum en bieslook regelmatig water. Tijm, rozemarijn en salie behoeven zelfs in de zomer geen extra water, tenzij ze in potten staan.
Hoe water geven in je moestuin?

Hierbij een aantal praktische tips om je moestuinplanten water te geven:
- Geef je handmatig water met een tuinslang, zorg dan dat de druk niet te hoog is.
- Om dezelfde reden besproei ik de percelen afwisselend en zorg ik dat elk perceel minstens tweemaal begoten wordt tijdens een gietbeurt.
- In principe geef je op de bodem water, aan de wortels van de planten.
- Ingeval van een hittegolf: wacht niet tot de planten slaphangen, dan zijn ze al in stressmodus.
Bij hoge druk kunnen jonge planten omvallen. Te hoge druk is sowieso slecht voor de bodemstructuur en bovendien loopt er veel water verloren.
Je kan beter de waterkraan minder ver opendraaien en rustig spuiten, zodat het water de kans heeft om in de grond te dringen.
Er zijn groenten die meer water behoeven dan anderen, dus die kan je meermaals besproeien tijdens een gietbeurt.
Uitzondering: als je te maken hebt met ongedierte, dan spuit je de planten met een broes nat.
Stress bij planten zorgt voor groeivertraging en maakt de planten zwakker.
Hoeveel water geef je aan de moestuin?
Veel tuiniers twijfelen: hoeveel water moet je nu precies geven in de moestuin? Dit is wat je moet weten.
Groenten die veel water vragen
Wortelen |
Jonge aardappelplant |
Uienplant |
In het algemeen geldt: alle groentesoorten geven een betere opbrengst bij voldoende water.
Zeker wanneer ze in de productie komen, hebben ze extra vocht nodig. Denk hierbij aan wortelen, aardappelen, bonen, uien, broccoli en bloemkool.
Zijn je planten klein gebleven? Dan kan dit liggen aan een slechte bodemstructuur, maar vaak ook gewoon aan te weinig water.
Groenten die minder water vragen
Goed ingewortelde groenten zoals prei, selder, knolselder, sluitkolen, snijbieten, pastinaken en spruiten hebben minder water nodig.
Vruchtgroenten
![]() |
![]() |
![]() |
Vruchtgroenten zoals tomaten, komkommers, paprika’s, pompoenen en courgette hebben regelmatig water nodig.
Dit hangt vooral af van hun standplaats en de warmte van het moment. Je moet hier wat ervaring in opdoen, want het is moeilijk om een algemene richtlijn te geven.
In een kas geef ik de tomaten vanaf juni dagelijks water, maar buiten maar twee keer per week, zelfs als het erg warm is.
Komkommers hebben meer water nodig dan paprika’s. Pompoenen vragen meer dan courgettes.
Bladgewassen
Sommige bladgewassen hebben meer water nodig dan andere.
Spinazie bijvoorbeeld heeft veel water nodig.
Nieuw-Zeelandse spinazie daarentegen veel minder.
Spinazie wordt meestal in het najaar gezaaid om tijdens de herfst en het voorjaar te oogsten, waardoor er geen extra water hoeft te worden gegeven. In de zomer kies je beter voor Nieuw-Zeelandse spinazie.
Sla heeft regelmatig water nodig als het warm is, en meer water dan bindsla en bataviasla.
Aardbeien
Aardbeien hebben meestal ook een plekje in de moestuin. Ze hebben veel vocht nodig, zonder water geen aardbeien!
Anti-slakkenringen en water geven

Ik ontdekte dat onze anti-slakkenringen ideaal zijn als waterreservoir voor sommige moestuinplanten.
Bij het aanplanten doe ik de ringen rond slaplantjes, koolplantjes, pompoen- en courgetteplanten. Dit werkt enorm goed: je jonge plantjes worden niet meer afgevreten door de slakken.
Zo vlug de sla de ring volledig in beslag neemt, verwijder ik deze. Maar bij de andere planten laat ik de slakkenringen heel het seizoen rond de planten staan.
Zo kan ik heel gericht water geven aan de wortels.
Ik vind dit een geweldig voordeel, zeker bij de pompoenplanten. Door hun onstuimige groei zie je vaak niet meer waar de wortels zitten. Met de ringen kan je toch precies daar water geven waar het nodig is.
Door zo gericht te gieten, spaar je niet alleen water uit, maar komt het ook op de juiste plaats terecht.
Ongedierte en water geven

Op moestuinplanten kunnen allerlei insecten voorkomen.
De bladeren vochtig maken op regelmatige basis tijdens aanhoudende hitteperiodes is een eenvoudige remedie om de schadelijke insecten te voorkomen of in te tomen.
Zo verhoog je het vochtgehalte op de bladeren, wat preventief werkt tegen tal van schadelijke insecten.
Tijdens langdurige droogteperiodes kan je twee keer per week de bladeren van de moestuinplanten besproeien. Dit helpt tegen:
- Trips op paprika en komkommer.
- Bladluizen op bonen, sla, paprika en aubergine.
- Aardvlooien op koolplanten en radijs.
- Spint op bonen, komkommers, pompoenen en courgetten.
Preimineervlieg kan je niet echt voorkomen met een watergift maar de aantasting wel uitstellen.
Dit doe je door de schachten vol water te zetten. Let op: doe dit niet bij preiplanten die onder insectengaas staan, want dan gaan ze rotten. Het insectengaas beschermt trouwens sowieso tegen preimineervlieg.
Water geven met druppelslangen

Sinds vorig jaar heb ik geëxperimenteerd met een automatisch sproeisysteem met een tijdklok. Het was met een beetje argwaan dat ik eraan begon, temeer omdat de planten al stonden vooraleer de druppelslangen werden gelegd.
Het is echter perfect verlopen en heeft me veel tijd en water bespaard. Een bijkomend voordeel: ik kon gewoon drie weken op vakantie terwijl de moestuin toch water kreeg.
Onder- of bovengronds aanleggen

Druppelslangen kunnen ondergronds of bovengronds worden aangebracht. Beide methoden beregenen even goed en hebben elk hun voor- en nadelen.
Voordeel van ondergronds:
- Ze liggen niet in de weg bij wieden.
- Ze kunnen niet beschadigd worden door erop te lopen.
Nadeel:
- Ze blijven best meerdere jaren op dezelfde plaats liggen, omdat ze moeilijk uit de grond te halen zijn.
- Hierdoor ben je gebonden aan de perceelverdeling van het jaar voordien, wat lastig is als je groenten roteert.
- De plantafstanden van verschillende groenten zijn immers anders, waardoor de druppelslang niet altijd meer op de juiste plaats ligt.
Voordeel van bovengronds:
- Veel minder werk om ze te leggen.
- Je kan ze na het seizoen verwijderen, waardoor je nog kan woelvorken.
- Je behoudt de vrijheid om moestuinbedden te veranderen en groenten te laten roteren.
Ikzelf leg de druppelslangen bovengronds in de moestuin, voor ik zaai of plant. En ik let erop dat ik de moestuinplanten dicht bij een druppelaar zet.
Ikzelf leg de druppelslangen bovengronds in de moestuin vooraleer ik zaai of plant. En ik let erop dat ik de moestuinplanten dicht bij een druppelaar plant.
Druppelirrigatie of aangieten in een kas
Het kan allebei! Zowel met aangieten als druppelirrigatie kan je voldoende water geven aan je planten.
Druppelirrigatie heeft het grote voordeel dat de luchtvochtigheid in de kas lager blijft dan bij aangieten waardoor er minder kans op schimmels ontstaat.Druppelslangen hergebruiken
Het grootste nadeel aan de druppelslangen is dat ze snel kapotgaan en dus niet duurzaam zijn. Om afval te verminderen is het belangrijk om stevig materiaal te kopen en er zorgvuldig met om te gaan.
- Rol ze voorzichtig af en weer op om lekken en barsten te voorkomen.
- Gebruik bij het oprollen liefst een haspel.
- Bewaar druppelslangen nooit in het zonlicht.
Hoe je moestuinplanten beschermen tegen langdurige droogte

Jammer genoeg krijgen we steeds meer te maken met aanhoudende droogte. Op die momenten ben je best voorbereid.
De vraag is dan ook, hoe houd je je bodem langer vochtig? Hierbij de maatregelen die ik zelf toepas:
1. Zorg voor een goede bodemstructuur
Een goede bodemstructuur is de basis van alles. Hoe meer humus (organische stof) in je bodem aanwezig is, hoe beter het water kan worden vastgehouden en later weer vrijgegeven bij droogte.
2. Mulchen
Mulch de moestuinperken zo vlug alles gezaaid en geplant is. Vul het mulch regelmatig aan in de loop van het jaar. Dit voorkomt snelle verdamping en helpt het bodemleven.
3. Wind afschermen
Als je de plaats hebt, omzoom dan je moestuin met hagen. Zo vangt de moestuin minder wind, waardoor de bodem minder snel opdroogt.
Je kan kiezen voor vogelvriendelijke of hommelvriendelijke struiken, waardoor je meteen ook de biodiversiteit in je tuin verhoogt.
Een andere optie: leg je moestuin tegen een schuur aan om zo de wind te blokkeren.
4. Klimaatdoek bij hittegolven
Bescherm je planten bij hittegolven met klimaatdoek. Zo vermijd je verbranding van de planten en droogt de bodem minder snel uit.
Ikzelf dek de hele moestuin af zolang de zon erop schijnt. Af en toe haal ik het klimaatdoek weg om de bijen de kans te geven de groenteplanten te bestuiven.
5. Oenosan gebruiken
Vanaf het voorjaar kan je Oenosan gebruiken. Dit verstevigt de bladeren van de planten en kan de waterbehoefte in de zomerperiode met wel 70% reduceren.
Het nadeel is het extra werk en de kostprijs, maar het kan in droge zomers een groot verschil maken.
Water geven en schimmels
Te veel water geven kan leiden tot schimmels, vooral in een kas is het opletten geblazen.
Hoe voorkom je schimmel in de kas of serre?
1. Altijd verluchten
- De belangrijkste maatregel is dag en nacht verluchten.
- Laat ramen en deuren altijd open, zelfs als het regent.
- Zo zorg je voor een constante luchtcirculatie, wat schimmels minder kans geeft.
2. Plant op voldoende afstand
- Zet groenteplanten nooit te dicht op elkaar.
- Voldoende ruimte zorgt ervoor dat lucht en licht tussen de planten kunnen circuleren.
- Planten transpireren en geven een constante stroom waterdamp af.
- Als ze te dicht op elkaar staan, stapelt dit vocht zich op en ontstaat een ideale omgeving voor schimmels
3. Kas witten vanaf mei-juni
- Wit de kas vanaf mei-juni om het zonlicht te filteren.
- Dit voorkomt bladverbranding én zorgt ervoor dat je minder water hoeft te geven.
4. Het juiste tijdstip van water geven
- Bij normale zomertemperaturen geef je zoveel mogelijk ’s morgens water.
- Tijdens hittegolven mag je gerust ’s avonds na 20 uur water geven.
De reden: de nachten blijven warm en de planten drogen toch snel op. Bovendien profiteren ze ’s nachts langer van het water. Op hete dagen is het vaak om 10 uur ’s morgens al zo warm dat water snel verdampt.
5. Druppelirrigatie in de kas
- Water geven via een druppelsysteem is de meest efficiënte methode in een kas.
- Het houdt de luchtvochtigheid lager dan bij een watergift met tuinslang.
Let wel: bij hittegolven is het toch noodzakelijk om de planten tweemaal per week te broezen.
Zo voorkom je problemen met insecten zoals spint en trips. Te droge lucht en een te lage vochtigheid op het blad werken deze plagen namelijk in de hand.
6. Speciale tip voor aardbeien
- Bij aardbeien is een druppelsysteem ideaal, zowel in een kas als buiten.
- De planten krijgen dagelijks voldoende water, terwijl de bladeren en vruchten droog blijven.
Doorlevende aardbeiplanten blijven ook in de zomer aardbeien produceren. Let wel: felle zon in combinatie met watergift kan vruchtrot veroorzaken.
Ook interessant om te lezen:





