De tweede stepping stone bij Rootsum is: “gebruik geen meststoffen”. Planten kunnen evengoed gedijen op een bodem die op een natuurlijke, ecologische manier worden gevoed.
Gezien meststoffen zo wijdverspreid worden gebruikt, vind ik het nochtans zinvol om de verschillende soorten met elkaar te vergelijken en je beter te informeren in deze materie.
Laten we even dieper ingaan op de verschillen tussen organische mest, kunstmest en plantaardige mest.
Kunstmestkorrels versus organisch mest
Bij kunstmest denkt iedereen meteen aan de gekleurde meststofkorrels. Bij organisch mest denken we meestal aan bruine meststofkorrels. Met organische mest wordt echter het echte mest bedoeld dat we bijna niet meer kennen maar dat geproduceerd wordt door de dieren.
Chemische kunstmest
Chemische kunstmeststoffen bevatten vaak hoge concentraties van bepaalde voedingsstoffen die planten niet of slechts gedeeltelijk kunnen opnemen. Wat niet wordt opgenomen, spoelt voor een groot deel uit en kan uiteindelijk in het grond- en drinkwater terechtkomen.
Kunstmest zorgt meestal voor een snelle groeipiek. Een tuin of gazon ziet er op korte termijn snel groener en mooier uit dan met de meeste organische middelen. Dit effect is echter tijdelijk, omdat de wortels niet in staat zijn om al die voedingsstoffen in korte tijd op te nemen. Door die snelle groei ontstaan bovendien zwakkere planten en graszoden, wat weer nieuwe problemen met zich meebrengt.

Door de hoge concentratie aan zouten in kunstmest kunnen wortels beschadigd raken of zelfs “verbranden”. Op langere termijn kan zich ook een toxische zoutconcentratie in de bodem opbouwen.
Kunstmest draagt bovendien niet bij aan de opbouw of verbetering van de bodem. Integendeel: de hoge concentraties minerale zouten onttrekken vocht aan micro-organismen, waardoor het bodemleven afneemt. Hierdoor verliest de bodem geleidelijk aan organische stof en microbiologische activiteit. Wanneer die natuurlijke bodemcomponenten verdwijnen, breekt de bodemstructuur af. De grond wordt compacter, levenlozer en minder goed in staat om water en voedingsstoffen vast te houden.
Het gevolg is dat je steeds meer kunstmest nodig hebt om toch nog opbrengst te halen of hetzelfde gazonbeeld te behouden. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht van toenemend gebruik van kunstmest.
Organische mest

Met organische bemesting bedoel ik dierlijke meststoffen, zoals mest van kippen, konijnen, kleinvee, koeien of paarden, maar ook compost waarin dierlijke mest is verwerkt, tuincompost, wormencompost, stro en hooi, en gehakseld snoeihout.
Meststof afkomstig van dieren wordt best eerst gecomposteerd vooraleer het in de tuin te gebruiken. Dat kan op aparte hopen als het veel dierlijk mest betreft en op de composthoop als het weinig mest is.
Dat kost tijd, maar zorgt wel voor een langdurige en gelijkmatige voeding in plaats van een snelle, overdreven groeipiek. Ook groenbemesters en het laten verteren van oogstresten op de bodem behoren tot vormen van organische bemesting.
Organisch mest voedt niet alleen de planten, maar zorgt tegelijk voor een betere bodemstructuur en een actief bodemleven.
Bodems met veel organisch materiaal blijven los en luchtig, houden water en voedingsstoffen beter vast en bevorderen de activiteit van bodemorganismen, zoals microben en regenwormen. Dit leidt tot een gezondere wortelontwikkeling en sterkere planten.
Organische handelsmeststoffen
Organische meststofkorrels (handelsmeststoffen) zijn meestal gemaakt van dierlijk slachtafval en zijn niet te vergelijken met natuurlijke organische meststoffen zoals compost, stalmest of wormencompost.

Naast de vele samengestelde organische meststofkorrels die in de handel verkrijgbaar zijn, behoren ook enkelvoudige meststoffen zoals beendermeel, hoornmeel en bloedmeel tot deze categorie. Deze middelen hebben echter weinig tot geen positief effect op de bodemstructuur.
Organische meststofkorrels kunnen natuurlijke organische mest niet vervangen. Ze kunnen hoogstens in beperkte mate worden gebruikt als extra bemesting voor planten met een hogere voedingsbehoefte. In mijn ogen zijn er dat zeer weinig als je vertrekt van een actieve, levende bodem
Hetzelfde geldt voor gedroogde koemest, gedroogde kippenmest en guano. Guano heeft weliswaar een hoge N-P-K-waarde, terwijl gedroogde koemest net een zeer lage voedingswaarde heeft. Daardoor lijkt gedroogde koemest soms een goede vervanger voor stalmest, maar in de praktijk draagt het nauwelijks bij aan de opbouw van de bodemstructuur en is de voedingswaarde verwaarloosbaar in verhouding tot de prijs.
Let op: sommige organische meststofkorrels bevatten ook minerale kunstmeststoffen, vooral chemische stikstof.
Conclusie: producenten maken voor elke specifieke teelt een gebruiksklare meststof denk maar aan aardbeien, sierplanten, hortensia, coniferen enz. waardoor je de indruk kan krijgen dat je hiermee volledig voldoet aan de behoefte van de plant. Vergeet echter nooit dat een actief bodemleven de sleutel is om succesvol te tuinieren en niet organische meststofkorrels.
De N-P-K van bemestingsproducten
De drie belangrijkste voedingsstoffen waarvan is vastgesteld dat ze absoluut noodzakelijk zijn voor planten zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Deze drie zijn ook bekend als macronutriënten en zijn de bron van de drie nummers die altijd worden aangetroffen op de etiketten van meststofzakken of dozen.
Zoals ik al eerder vermeldde, heb je in principe geen extra meststofkorrels nodig maar omdat dit zoveel aangekocht wordt, vind ik het toch belangrijk om uit te leggen waar deze N-P-K waarden voor staan.

Stikstof (N)
Stikstof is een belangrijke voedingsstof voor planten en speelt vooral een rol in de bovengrondse, vegetatieve groei. Het beïnvloedt de totale grootte, groeikracht en bladontwikkeling. Stikstof staat vooral bekend om zijn vergroeningseffect op gazons. Dat komt doordat stikstof een essentieel onderdeel is van chlorofyl, de groene bladkleurstof die nodig is voor fotosynthese.
Stikstof kan aan de bodem worden toegevoegd via onder meer bloedmeel, een organische meststof van dierlijke oorsprong, of via plantaardige alternatieven zoals onze 100 % plantaardige VegaN7.
Een teveel aan stikstof zorgt voor een zeer snelle groei. Planten vormen dan lange, dunne en zwakke scheuten met donkergekleurde bladeren. Dit maakt ze gevoeliger voor ziekten en plagen.
Bij een tekort aan stikstof, wat pas merkbaar wordt bij een uitgesproken gebrek, vertraagt de groei of stopt deze zelfs. De bladeren verkleuren dan geel en vallen sneller af dan normaal.
Fosfor (P)
Fosfor speelt een belangrijke rol in een gezonde plantengroei. Het bevordert de ontwikkeling van sterke wortels, de vorming van zaden, de afrijping van vruchten en de knolvorming bij knolgewassen zoals knolselder. Een fosfortekort is te herkennen aan dofgroene bladeren en paarsachtig verkleurde stengels.
Natuurfosfaat en beendermeel zijn enkelvoudige fosformeststoffen. In België en Nederland zijn veel bodems door jarenlange overbemesting al te rijk aan fosfor. Extra fosfor strooien is daarom meestal overbodig en vaak zelfs onnodig belastend voor bodem en milieu. Jammer genoeg zijn veel mensen zich daar niet van bewust en blijven ze toch fosfor strooien.
Tip: het telen van groenbemesters zoals gele mosterd, lupine en klaver kan helpen om fosfor beter beschikbaar te maken in de bodem. De opneembaarheid van fosfor is vooral belangrijk in de eerste groeifase, wanneer planten nog jong zijn.
Kalium (K)
Kalium, ook wel potas genoemd, is belangrijk voor de algemene gezondheid en groeikracht van planten. Het versterkt de weerstand tegen ziekten en schimmels en helpt planten beter omgaan met stress. Kalium zorgt net als Oenosan voor een beperkte verdamping van het water in de bladeren waardoor de gevoeligheid voor vorst en droogte vermindert.
Bij een tekort aan kalium kunnen bladeren blauwachtige, gele of paarse verkleuringen vertonen, vaak met bruine vlekjes of randverkleuring. Ook aan de bladranden kunnen verkleuringen optreden.
Een teveel aan kalium is echter evenmin wenselijk. Overbemesting met kalium kan de algemene gezondheid en weerstand van planten net verzwakken en de opname van andere voedingsstoffen verstoren.
Twee enkelvoudige meststoffen van natuurlijke oorsprong die kalium bevatten, zijn vinasse en houtas.
Houtas van verbrand, onbehandeld hout gebruik ik zelf als kaliummeststof. Gebruik het echter niet teveel want het wordt meteen verwerkt in de bodem en kan daardoor ook snel voor een onevenwicht zorgen. Strooi het dun uit, bij voorkeur in de winter of het vroege voorjaar, en nooit elk jaar op dezelfde plek.

Behalve kalium bevat houtas ook calcium, beetje magnesium, forfor en sporenelementen. Het verhoogt dus ook de pH (zuurtegraad) van de bodem.
Droge meststof versus vloeibare meststof
Handelsmeststoffen vallen in twee categorieën: droog en vloeibaar.
Droge meststof
Tot nu toe hadden we het over droge organische handelsmeststoffen en droge kunstmeststoffen. De kunstmeststoffen zijn in onze filosofie uit den boze, de organische handelsmeststoffen moeten enkel in beperkte mate als bijbemesting worden gebruikt en kunnen nuttig zijn in de overgangsperiode als je bodem nog geen optimale levende bodem is. Organische handelsmeststoffen kunnen echter de organische bemesting via compost, wormenaarde en mulching niet vervangen.
Vloeibare meststoffen
Vloeibare meststoffen zijn minder geconcentreerd dan droge en zijn voor biologisch tuiniers, wat powerbars voor sporters zijn - een lichte voedingsstoffen boost voor maximale prestaties.
De stikstof in de gangbare vloeibare meststoffen is geheel of gedeeltelijk van chemische oorsprong. En dat is nu net het verschil met onze Vega N7 die louter uit stikstof bestaat (een enkelvoudige meststof dus) en bovendien volledig van plantaardige oorsprong is.
De meest gebruikelijke methode voor het toedienen van vloeibare meststoffen aan planten is via hun wortels. De vloeibare meststoffen worden gemengd met water en met de gieter aangegoten.
Een alternatieve en steeds vaker gebruikte methode is bladvoeding. Men gaat de vloeibare meststof eveneens oplossen in water en vervolgens met spuitapparatuur vernevelen op de bladeren van planten.
Er zijn veel soorten bladvoeding. Zelf hebben we drie verschillende biologische en plantaardige bladvoedingen.
Belang van bladvoeding
Bladvoeding werken sneller dan bodembemesting, omdat de voedingsstoffen rechtstreeks via de huidmondjes van de bladeren worden opgenomen. Daardoor is het effect sneller zichtbaar, vooral bij tekorten of verzwakte planten.
Bladvoeding is vooral interessant als tijdelijke ondersteuning. Het vervangt nooit de organische bemesting van de bodem die zorgt voor een actieve, humusrijke bodem.
Vloeibare meststoffen worden vooral ingezet in kritieke fases, zoals tijdens de bloei, na het verplanten, bij de vorming en groei van vruchten, of tijdens stressperiodes zoals droogte en hitte. Ook pot- en terrasplanten zijn gebaat met bladvoeding.
Een praktische richtlijn is om bladbespuitingen om de drie weken toe te passen tijdens het groeiseizoen, indien daar een duidelijke reden voor is. Overmatig gebruik is niet nodig en kan zelfs nadelig zijn.
De beste momenten om bladvoeding toe te dienen zijn ’s morgens vroeg of ’s avonds. Dan zijn de huidmondjes van de bladeren open en is de verdamping beperkt, waardoor de voedingsstoffen beter worden opgenomen. Vermijd spuiten in volle zon of bij hoge temperaturen, omdat dit bladverbranding kan veroorzaken en de werking vermindert. Spuit ook niet vlak voor regen, zodat het product voldoende tijd heeft om in te werken.
Vloeibare bladvoedingen van Rootsum
We hebben twee bladvoedingen in de aanbieding:
Vega N7
Een enkelvoudige stikstofmeststof van 7 %, volledig van plantaardige oorsprong. Stikstof is meestal het enigste wat nodig is als extra meststof als je als basisbemesting werkt met compost of wormenaarde. Vooral potplanten hebben extra stikstof nodig om goed uit te groeien. Gebruik Vega N7 het liefst als bladbemesting.

Oenosan
Een biologische bladmeststof op basis van microfijne kalkdeeltjes die de plant versterkt tegen ziekte en stress maar tevens bijdraagt tot meer smaakvolle vruchten en groenten.
Door Oenosan te vermengen met de potgrond of grond tijdens het verplanten, gaan planten beter aanslaan. Regelmatig gebruik van oenosan vanaf de eerste bladvorming tot bij de oogst, vermindert de watergift in de zomerperiode met 70 %.

Aftreksels en gieren
Eén van de oudste en meest gebruikte technieken binnen de biologische teelt is het toepassen van plantenaftreksels en plantengieren. In mijn ogen de meest natuurlijke manier van bemesten want je gebruikt de natuur voor de natuur zonder dat er inmenging is van vreemde stoffen.
De meest gebruikte aftreksels en gieren worden gemaakt van brandnetel en heermoes. Zeewierextract is het bekendste en commercieel meest verkochte plantaardige product.
Het verschil tussen gier en aftreksel
Bij plantengier worden planten gedurende ongeveer twee weken onder water gezet, waardoor ze gaan gisten. Het mengsel wordt dagelijks omgeroerd. Regelmatig kan een handvol lavameel worden toegevoegd om de geur te verminderen. Door de lange gisting spreekt men van gier.
De gier is klaar wanneer het mengsel niet meer schuimt. Omdat gier zeer geconcentreerd is, moet het altijd worden verdund met water, meestal in een verhouding van 1 op 10 of 1 op 20.
Bij een plantenaftreksel worden de plantendelen slechts ongeveer 24 uur in water geweekt. Dit levert een veel milder product op. De werking van een aftreksel verschilt duidelijk van die van een gier, zowel in sterkte als in effect op de planten.
Brandnetelgier en brandnetelaftreksel

Brandnetelgier is een bladversterkende meststof die ijzer en stikstof bevat. De ammoniakgeur van de brandnetelgier trekt vliegende insecten zoals koolvlieg en preimot aan. Gebruik het dus niet meer vanaf mei.
Brandnetelaftreksel is een bekend middel tegen bladluizen. Het resultaat is wisselend. Tegen andere insecten blijkt dit aftreksel niet te werken.
We verkopen brandnetelgier onder de naam Urtica.
Heermoesaftreksel
Heermoesaftreksel is het meest bekende aftreksel dat gebruikt wordt tegen schimmelziekten. Het silicium dat in de heermoes aanwezig is, zou de celwanden van planten versterken. Het moet zeer regelmatig toegepast worden om effect te hebben.
Heermoesaftreksel zou ook de weerstand van de plant tegen bladluizen en mijten vergroten. Dit is echter nooit wetenschappelijk aangetoond.

Zeewierextract
Zeewierextract wordt gewonnen van bruinwieren en groenwieren. Zeewierextract staat vooral bekend om zijn hoog gehalte aan spoorelementen en magnesium naast de aanwezigheid van veel kalium en een beetje stikstof.
Het wordt gebruikt als bladbemesting en werkt plantversterkend. Bij het spuiten ontstaat een dunne filmlaag op het blad wat verdamping tegen gaat en sterkere celwanden creëert. Aangieten van zeewierextract aan de wortels versterkt de wortelgroei.
Zelf plantenvoeding maken
In de zomer groeien veel planten rijkelijk. Je kan dus zonder problemen voldoende bladeren of schillen verzamelen om er plantenvoeding van te maken.
Elk blad of schil heeft een eigen voedingswaarde. Afhankelijk van welke bladeren je gebruikt, krijg je dus een meststof met een andere samenstelling. Persoonlijk vind ik het interessant om regelmatig andere bladeren te gebruiken voor plantenvoeding. Zo bied je je (kamer)planten een mooie afwisseling aan voedingsstoffen.

Compostextract
Hiermee worden extracten van verschillende soorten mest bedoeld, dit kan zowel van dierlijk mest als van plantaardige oorsprong zijn. Onze voorkeur gaat uit naar extract van zelfgemaakte tuincompost of wormenaarde.
Je kan zelf gemakkelijk bokashi maken, hierbij wordt het keukenafval gefermenteerd in bokashi keukenemmers. Na verloop van tijd kan je gefermenteerd sap aftappen.
Regelmatig spuiten van compostextract blijkt een goede preventieve maatregel tegen schimmelziekten zoals aardappelplaag bij aardappel en tomaat, witziekte, grijsrot (Botrytis) bij aardbei en bonen. Compostextract kan zelf bereid worden.
Compostextract wordt bereid bij 15-25°C door de compost 1 tot maximum 2 weken in water te laten weken in een verhouding van 2 l compost op 10 l water. De oplossing nadien zeven en onverdund gebruiken als bladbemesting.
Lees de volledige biologische moestuinieren gids in pdf
