Bermen zijn van groot belang voor de natuur. Ze bieden niet alleen een habitat voor talloze plant- en diersoorten, maar helpen ook bij het vasthouden van water, het voorkomen van bodemerosie en het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Wilde bloemen in bermen trekken belangrijke bestuivers aan, zoals bijen, vlinders en andere insecten, die essentieel zijn voor het behoud van de biodiversiteit.
Welke soorten bermbloemen waar groeien, hangt samen met de grondsoort en de klimaatomstandigheden. Ze bloeien vaak lang, wat zorgt voor een kleurrijke en gevarieerde uitstraling. Hieronder 10 veel voorkomende soorten.
Paardenbloem (Taraxacum officinale)

De paardenbloem is misschien wel de bekendste wilde bloem. Deze geel bloeiende bloem komt op vrijwel elke berm en grasstrook voor. Het is een pioniersplant die goed gedijt in arme grond en een belangrijke voedselbron vormt voor bijen. Meer lezen over paardenbloem. /kenniscentrum/de-paardenbloem-taraxacum-officinale
Klaver (Trifolium spp.)

Klaver is een veelvoorkomende wilde bloem in bermen en komt in verschillende varianten voor, zoals rode en witte klaver maar ook gele rolklaver. Klavers zijn zeer belangrijke inheemse planten voor bijen, hommels en andere bestuivers.
Grote klaproos (Papaver rhoeas)

De grote klaproos, met zijn felrode bloemen, die al na één dag afvallen. Deze bloem groeit vaak in droge en verstoorde bodems en is een belangrijke nectarbron voor bijen en andere insecten.
Veldsalie (Salvia pratensis)

Veldsalie is een mooie wilde bloem die in bermen voorkomt, met zijn paarse bloemen die vlinders en bijen aantrekken. Het heeft een voorkeur voor zonnige, goed doorlatende grond en kan goed overleven in droge omstandigheden.
Zuring (Rumex spp)

Zuring is een veelzijdige plant die overal kan groeien. Er zijn 11 zuring soorten die in het wild voorkomen. Behalve in bermen vind je ze ook veel in grasland terug waar ze tot een 0.5 meter hoog worden. Zuring wordt vooral herkend aan zijn bruine, uitgebloeide bloemaren.
Wilde Chicorei (Cichorium intybus)

De bloemen hebben een levendige blauw-paarse kleur en staan in bloei van de zomer tot het najaar. Wilde chicorei groeit het liefst op droge, kalkrijke en goed doorlatende grond. Wilde chicorei is belangrijk voor insecten en vlinders.
Duizendblad (Achillea millefolium)

Duizendblad bloeit van juni tot september met witte schermbloemen en kan een hoogte bereiken van 30 tot 80 cm. Het staat bekend om zijn geneeskrachtige eigenschappen en trekt bijen en vlinders aan. Duizendblad groeit goed op goed doorlatende grond en is bestand tegen droogte, maar gedijt het beste op een zonnige locatie.
Vogelwikke (Vicia cracca)

Groeit in vochtige en voedselrijke bermen, bloeit rijkelijk tussen juni en september met blauwe bloemtrosjes. Nectarplant voor hommels, vlinders en bijen.
Fluitekruid (Anthriscus sylvestris)

Fluitenkruid kom je bijna overal tegen en kan de concurrentie met gras goed aan. De plant kan wel 1,5 meter hoog groeien. Ze bloeit in mei en juni met witte bloemschermen die geliefd zijn bij vlinders, bijen en zweefvliegen.
Wilde margriet (Leucanthemum vulgare)

Wilde margriet groeit in bermen, op dijken en akkers maar komt in het wild steeds minder voor. Verschillende soorten wilde bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders doen zich te goed aan de nectar en stuifmeel van de margrieten.
Hoe maak je bermen bloemrijk?
In het algemeen hebben onze bermen last van teveel stikstof waardoor er weinig variatie aan bloemen groeien. Als bermen gemaaid worden maar het maaisel niet wordt afgevoerd, verhoogt dit het stikstofgehalte in de grond.
Een juist bermbeheer is dus essentieel als je kleurrijke bermen vol leven wilt creëren.
Maaisel afvoeren
Het afvoeren van het maaisel is cruciaal. De stikstof die in de plantenresten (meestal gras) aanwezig is, komt immers terug in de bodem terecht. Teveel stikstof geeft wilde bloemen geen kans om te groeien waardoor de bermen steeds meer vergrassen.
Idealiter wordt het maaisel pas na enkele dagen afgevoerd zodat zaden en insecten terug op de grond terecht kunnen komen.
Gefaseerd maaien en belang van timing
Maar ook timing is essentieel. De bloemen moeten de kans krijgen om eerst in zaad te komen vooraleer ze gemaaid worden. Waar maaien niet kan wachten, wordt daarom afgewisseld tussen stroken maaien en andere stroken niet maaien. Dit noemt men gefaseerd maaien. Je hebt dit misschien al gezien in je dorp of stad en je afgevraagd waarom het zo gebeurd? Wel, zo krijgen bepaalde stukken berm de kans om alsnog in zaad te komen en blijven de insecten stuifmeel ter beschikking hebben.
Idealiter wordt de berm een eerste keer gemaaid vanaf half april. Op dat moment is het gras al op lengte om gemaaid te worden en zijn er nog weinig bloemen zichtbaar aanwezig. Zo kan veel gras en stikstof afgevoerd worden zonder bloemen te beschadigen.
Ook interessant om te lezen: